Direct naar inhoud
№ 9 Beleggen

De beleggers tekenen tegen 2029. Ze missen 2028.

De beleggers tekenen tegen 2029. Ze missen 2028.

Vraag een Nederlandse ETF-belegger wanneer de nieuwe box 3 hem raakt en hij noemt 2029. De Belastingdienst noemt 2028. Tussen die twee jaartallen zit het verschil tussen plannen en pijn.

Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer de Wet werkelijk rendement box 3 aan (KPMG, februari 2026). Vanaf 1 januari 2028 wordt het werkelijke rendement op beleggingen belast met 36 procent. Op aandelen, obligaties en crypto telt de jaarlijkse waardestijging mee, ook als je niet verkoopt. Dat heet vermogensaanwas. Het heffingsvrije bedrag is 1.800 euro rendement per persoon per jaar (KPMG, februari 2026). Vastgoed- en startup-aandelen vallen onder een mildere variant: heffing alleen bij verkoop.

De reactie was fel. Een petitie tegen de wet haalde meer dan 61.000 handtekeningen, vooral tegen de heffing op winst die je nog niet hebt geïncasseerd (Bloomberg, 29 april 2026). De Eerste Kamer twijfelde. Op 25 februari 2026 kondigde minister van Financiën Heinen aanpassingen aan voor loss carry-back en de definitie van startup-aandelen (KPMG, februari 2026). De coalitie-Jetten bood een tweede verzachting: het hybride systeem zo snel mogelijk omzetten naar zuivere vermogenswinstbelasting, niet eerder dan 2029 (Bloomberg, 29 april 2026; Rijksoverheid, 2026).

En precies daar gebeurt iets met de kalender in het hoofd van de belegger. 2029 wordt het jaar dat het goed komt. 2028 wordt onzichtbaar.

De feiten zijn anders. De Wet werkelijk rendement is door de Tweede Kamer; de Eerste Kamer behandelt aanpassingen aan randelementen, niet aan de kern. De overgang naar zuivere vermogenswinstbelasting in 2029 is een coalitiedoel, geen wet. Tot die overgang er ligt geldt vanaf 1 januari 2028 jaarlijkse heffing op waardestijging. Voor een belegger met 100.000 euro die 7 procent rendeert, is dat 7.000 euro winst per jaar, waarvan 1.800 vrij is en 5.200 tegen 36 procent wordt belast: 1.872 euro per jaar. Onder het huidige forfait zou dezelfde belegger 878 euro betalen (Belastingdienst, 2026). Het verschil is meer dan een verdubbeling.

Tussen mei 2026 en 1 januari 2028 zitten precies 19 maanden. In die maanden geldt het oude forfait: 36 procent over een fictief rendement van 6 procent op het vermogen boven 59.357 euro (Belastingdienst, 2026). Wie ETF-winst in 2026 of 2027 realiseert, blijft binnen het forfait. De winst zelf wordt niet apart belast.

Hier komen twee gedragsmechanismen samen. Hyperbolic discounting beschrijft hoe mensen toekomstige kosten exponentieel zwaarder disconteren dan rationele beslissingen rechtvaardigen. Een belegger denkt aan zijn portefeuille in horizonten van vijf tot tien jaar, maar een belastingmaatregel over anderhalf jaar voelt nog steeds als ver weg. Status quo bias versterkt dat: signalen als uitgesteld, aangepast, omstreden worden geïnterpreteerd als “het komt wel weer goed”, terwijl het wetsvoorstel inhoudelijk al door de Tweede Kamer is. Het resultaat: 61.000 mensen tekenen tegen het einddoel, maar zonder plan voor de maanden ervoor.

Wat de massa mist

De petitie en de coalitiebelofte richten alle aandacht op 2029, terwijl 2028 het feitelijke kantelpunt is. Hyperbolic discounting zorgt dat lezers de 19-maands deadline ervaren als nog ver weg, en geen realisatieplan voor 2026-2027 maken. De voor de hand liggende tegenwerping is dat de wet in de Eerste Kamer nog wordt aangepast. De aanpassingen die Heinen aankondigde raken echter loss carry-back en startup-definitie (KPMG, februari 2026), niet de heffing op vermogensaanwas zelf. De kern van de wet ligt vast. De zachtere variant in 2029 is een politieke ambitie, geen wettelijke garantie.

Het getal

Het bedrag dat de wet zo breed maakt, is geen vermogensgrens, maar een rendementsgrens. Het laat zien hoe ver de heffing reikt.

1.800 euro

Het heffingsvrije rendement per persoon per jaar vanaf 1 januari 2028 (KPMG, februari 2026). Een portfolio van 50.000 euro dat 4 procent rendeert zit er al boven. Het oude heffingsvrije vermogen is 59.357 euro, een bedrag dat veel beginnende beleggers buiten de heffing hield (Belastingdienst, 2026). De nieuwe drempel werkt anders: niet hoeveel je hebt, maar hoeveel je verdient bepaalt of je raakt. Voor een belegger met een paar honderd euro maandinleg is “vrijgesteld blijven” geen realistische verwachting meer.

Agenda

Eerste Kamerbehandeling Wet werkelijk rendement box 3 (Senaat, dossier 36.748, behandelt het wetsvoorstel dat de hele transitie regelt): planning afhankelijk van de aanpassingen die Heinen heeft aangekondigd. Direct relevant. Impact: hoog.

ECB-rentebesluit (Europese Centrale Bank bepaalt de rente in de eurozone): 4 juni 2026. Renteverwachtingen bepalen het vastrentende rendement onder het nieuwe regime. Impact: medium.

US CPI mei-cijfer (Consumer Price Index, het maandelijkse inflatiecijfer van het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics): 11 juni 2026. Sturend voor de Fed en daarmee voor wereldwijde markten. Impact: medium.

Prinsjesdag (jaarlijkse presentatie van het regeringsbeleid en het Belastingplan): 16 september 2026, de eerste plek waar concrete overgangsregels voor box 3 zichtbaar worden. Impact: medium.

Leestafel

De meeste analyses missen één van drie hoeken: de academische, de internationale, of de primaire. Deze drie stukken vullen elk een blinde vlek.

Het FD bracht in februari en maart 2026 opiniestukken van de hoogleraren Van den Dool, Gerritsen en Jacobs over vermogensaanwas versus vermogenswinst. De inhoudelijke argumenten voor het stelsel dat 2028 ingaat (Het Financieele Dagblad, februari 2026).

Bloomberg, 29 april 2026, “Netherlands’ Plans for Tax on Wealth Spark Fierce Opposition”. Internationale lezing van de Nederlandse beleggers-onrust en de Senaatsdruk.

Rijksoverheid plannen-pagina box 3. Primaire bron voor het coalitiestandpunt en de transitie-ambitie naar 2029 (Rijksoverheid, 2026).

Negentien maanden klinkt als een lange tijd. Vraag het je beleggingshorizon van vijf jaar.